Vive la France, het land waar het ooit begon voor Nadien (de oprichter van Le Club des Vins).

Je vindt hier alles wat te maken heeft met wijnland Frankrijk. Van leuks uit de Fanshop tot blogs en podcasts.


Blogs over Frankrijk

Top 5 wijncadeaus uit de Fanshop

Meer leren over Frankrijk?

Le Club des Vins heeft artikelen geschreven over deze wijnstreken:

Bourgogne | Elzas | Loire | Bordeaux | Champagne | Rhone & Provence | Languedoc-Roussillon | Jura | Beaujolais

Binnenkijken bij…

Toffe boeken over Franse wijnen

  • Leuk & gezellig ingepakt
  • Op werkdagen voor 17:00 uur besteld, de volgende dag bezorgd
  • Boven de 60 euro geen verzendkosten

Verstuur een kaart

Examentraining Frankrijk

Ben jij je op dit moment aan het voorbereiden op het module 1 examen van de Wijnacademie? Dan ben je hier op het juiste adres!

Wat zit er in de examentraining?

  • Uitgebreide samenvattingen van lesstof
  • Test je kennis met 200 oefenvragen
  • Interessante extra’s – filmpjes, artikelen, podcasts
  • Gemaakt door een gediplomeerd vinoloog
  • Na aanschaf meteen toegang

Het moment dat je dacht dat nooit zou komen. Ik sta op de stoep bij Le Pin, een piepklein maar très réputé wijnhuis in Pomerol. Er schiet van alles door mijn hoofd en één beeld kan ik niet loslaten. Een jaar of zes geleden was ik hier namelijk ook – nou ja, niet bij Le Pin maar in de streek. Het was mijn eerste echte wijnvakantie. We (ik en m’n maatje Hanneke) hadden een fiets gehuurd en karden vol bewondering langs de grote (en kleine) huizen van Bordeaux. Had ik toen verwacht dat ik hier ooit aan zou kloppen? Never in a million years.

Had ik verwacht dat ik mijn baan zou opzeggen en van Le Club zou kunnen leven? Evenmin. Mooi hoe het leven kan lopen he? Besef je even dat alles mogelijk is. Als je maar wil (en bereid bent hard te werken, want hey het gaat niet van zelf). *Einde dramatiek*

Een oude volkswijsheid luidt dat iedereen binnen zes handdrukken te bereiken is. Daar geloof ik vanaf nu ook heilig in, al had ik er voor dit epische bezoek maar één nodig. Eerder dit jaar kreeg ik les van Fiona Morrison MW tijdens WSET Diploma Course. Nu vraag ik niet zo snel wat, maar die dag was ik vastberaden. “Hey Fiona, I’m in Bordeaux in October, would it be possible to visit?” En zo geschiedde dit epische bezoek.

Groots en meeslepend

Verwacht geen groots en meeslepende chateaux in Pomerol. Daarvoor moet je naar de andere kant van de rivier, de linkeroever staat er vol mee. Maar aan de rechteroever, de kant van Pomerol en Saint-Emilion, is het een stuk boerser en lieflijker. Ook het wijnhuis van Le Pin is niet imposant, wel klassiek en elegant. Precies als de wijn kan ik je inmiddels vertellen, maar daarover later meer.

Bij aankomst worden we hartelijk verwelkomd door Fiona Morrison en haar man Jacques Thienpont. Fiona moet meteen door, want de oogst in Saint-Emilion waar ze ook een chateau hebben, is in volle gang. We zijn in goede handen bij Jacques, de eigenaar/wijnmaker van Le Pin en eigenaar van Thienpont Wine, een grote wijnhandel in België. Prettige bijkomstigheid: we kunnen Nederlands praten. We gaan naar het dakterras waar Jacques ons meer vertelt over Pomerol.

De magie van Pomerol

Bordeaux telt 115.000 hectare wijngaard en heeft daarmee meer wijngaarden dan heel Duitsland bij elkaar. Het aandeel van Pomerol in deze is klein. De appellatie telt slechts 800 hectare in totaal. In de tijd dat Jacques het perceel kocht waren er 180 landeigenaren, tegenwoordig zijn er een stuk of 120. “De meeste eigenaren bezitten slechts één of twee hectare”, vertelt Jacques. Het gebied is versnipperd. En knetterduur, want schaars. Het grootste chateau is Chateau de Sales met 47.5 hectare. Het beroemdste chateau, Chateau Petrus, telt twaalf hectare en ligt praktisch tegenover Le Pin, we zien het liggen vanaf het dakterras. Le Pin begon met één hectare en telt er inmiddels drie.

In tegenstelling tot de rest van Bordeaux, waar de classificaties je om de oren vliegen, heeft Pomerol er geen. Het is AOC Pomerol en daarmee uit. Voordeel is wel dat alles van hoge kwaliteit is. Een slechte Pomerol moet ik nog tegenkomen.

Op het eerste gezicht lijkt het landschap vrij vlak, maar er is toch sprake van hoogteverschil hier en daar. De beste wijngaarden komen van het zogenaamde plateau dat een hoogte van 40 meter boven zeeniveau aantikt en maar 25% van de totale productie beslaat. Hier komen de toppers vandaan. Klei is de gemene deler, maar daar is ook alles mee gezegd. Petrus heeft een dikke laag klei en dat zit hoog. Le Pin heeft meer zand en kiezel, de klei zit een stuk dieper. Er wordt beweerd dat de wijnen van Petrus vaak iets steviger zijn en die van Le Pin eleganter. Ik kom er op terug als ik Petrus heb geproefd.

Over Le Pin

Le Pin zag het levenslicht in 1979 toen Jacques Thienpont een perceel van welgeteld één hectare kocht in Pomerol. Daar moest hij destijds 1 miljoen Franse francs neerleggen. Dat kwam niet helemaal uit de lucht vallen. De familie Thienpont kent een lange wijngeschiedenis. Jacques’ oom en eigenaar van Vieux Chateau Certan wat min of meer tussen Le Pin en Petrus ligt, had het perceel al een tijdje in de smiezen met het idee om het te kopen en toe te voegen aan Certan mocht het ooit op de markt komen. Maar de familie vond het te duur. Uiteindelijk kocht Jacques het en maakte er Le Pin van verwijzend naar de dennenboom tegenover het wijnhuis.

pomerol
Vanaf het dakterras lijkt het een soort driehoek met Le Pin, Vieux Chateau Certan (ook in de Thienpont familie) en Le Pin.

De magie van Le Pin begint uiteraard al in de wijngaard, waar de merlot-stokken keurig staan opgesteld. Hier en daar zien we een stok met een blauw lintje. Dat zijn oudere stokken cabernet franc. Ze worden niet gebruikt in de wijnen van Le Pin, maar worden apart geoogst en als wijn verkocht aan andere telers in Pomerol. De drie hectare staan onder nauw toezicht van Jacques’ neef, die inmiddels Vieux Chateau Certan runt, want Jacques zelf is meestal in België. Ze werken zoveel mogelijk biologisch, maar zijn niet gecertificeerd.

Het is mijn hobby hier. Normaal ben ik in België in de wijnhandel.”

Je zou denken, die drie hectare is in mum van tijd geoogst. Maar nee, daar nemen ze de tijd voor. Dit jaar nam de oogst 14 dagen in beslag. “Vroeger niet”, vertelt Jacques. “Vroeger werd alles in één keer geoogst, maar nu werken we veel selectiever”. Ze gaan met een traktor de wijngaard in om de vochtigheid van de bladeren te meten. Dat wordt in kaart gebracht en laat precies zien waar de plukkers moeten beginnen met de oogst. De vochtigheid is namelijk een goede indicator van de rijpheid van de druiven. In de praktijk betekent dat dat ze de ene dag een uurtje oogsten, de volgende dag niet en de dag erna weer twee uur. Ze werken met plukkers uit de buurt die dagelijks oproepbaar zijn.

Dit jaar, 2019, was een goed jaar. De regen viel op tijd. Een deel werd geoogst voor de regen en een deel erna. Het deel dat voor de regen werd geoogst, had een hoog suikergehalte en dus een hoog alcoholpotentieel. Dat was de reden dat ze een deel hebben laten hangen. De druiven zouden nog iets van het vocht opnemen en daarmee hun suikers omlaag brengen. Het geheel komt dan uit op een alcoholpotentieel van 14 tot 14,5%. Hoog, maar oké. Dat is anders dan twintig jaar geleden, toen ze nog suiker moesten toevoegen om een minimum alcoholpercentage te behalen. Nu is het omgekeerde waar. Er zijn al filtermachines gesignaleerd die alcohol uit de wijn halen in Pomerol (niet bij Le Pin).

Het weer zit overigens niet altijd mee. In 2003 en 2013 was de oogst niet goed genoeg voor Le Pin. Jacques besloot geen wijn te maken en de druiven te verkopen aan andere telers in de regio.

“Vanaf 2015 voelen we de klimaatverandering enorm. Voorheen konden we nog inheemse gistcellen gebruiken, de gistcellen die op de druiven zitten, maar dat kan niet meer. Die inheemse gistcellen gaan niet tot 14 – 15%. We moeten nu dus gist toevoegen.”

Het resultaat van de oogst zien we in de kelder, waar de vergisting in volle gang is. Le Pin bestaat uit 100% merlot, maar ik tel toch zeker acht tanks. Ook al is het dezelfde druif, de rijpheid kan verschillen en dus worden de druiven apart vergist. De vergisting inclusief schilweking duurt drie weken. Daarna vindt de malolactische gisting plaats in nieuwe eikenhouten vaten van 225 liter. Dat duurt ongeveer twee maanden, dus begin december is de malolactische gisting gedaan en begint de houtrijping van 18 maanden. Pas daarna wordt de wijn geblend.

Een voorproefje van Le Pin 2018

De wijn van ’18 proeven? Of is het nog te vroeg?

Eh. Het is nooit te vroeg voor Le Pin! Gaat dit echt gebeuren? Ik raak compleet overprikkeld. Er worden slechts 6000 flessen Le Pin per jaar gemaakt, de hele wereld wil het hebben en de prijs varieert van 4000 tot 12000 euro. Is dit echt of droom ik?

“Welk vat wil je? Je mag kiezen.”

Een kwartier geleden vertelt Jacques nog dat Robert Parker hier jaarlijks de wijnen komt proeven. Eerlijk gezegd heb ik niet gevraagd of Parker nu nog steeds langskomt. Zijn website wordt inmiddels gerund door andere proevers, maar misschien dat hij nog wel de krenten uit de pap haalt en een aantal huizen zelf proeft. Parker, Jancis Robinson, Tim Atkins – ze hebben hier allemaal gestaan.

En nu sta ik er en in mijn glas zit Le Pin uit het middelste vat. Het is geweldig. Het is elegant. Geconcentreerder dan elk andere wijn die ik eerder dronk. Ook al is het piepjong, de tannines zijn al zo rijp en zacht. No words. Ik ben sprakeloos.

3 vragen die je gewoon wilt stellen

Wat is je favoriete wijnregio buiten Pomerol?
“Piemonte. De Bourgogne van Italië.”

Wat was uw beste jaar?
“1994 en 2001.”

Wat is het lastigste aan wijn maken?
“Niks. Er is niets lastigs aan. Het is gewoon de druiven plukken, in een kuip zetten en wachten tot de gisting begint.”

En met die wijze woorden sluit ik af.

Wat een bijzonder bezoek. Jacques en Fiona zijn enorm sympathiek, benaderbaar en vriendelijk. Met zoveel succes verwacht je misschien dat iemand naast zijn schoenen gaat lopen, maar niets is minder waar. Aan Jacques kunnen we al onze vragen stellen die we willen en Fiona staat al achter de sorteertafel bij het andere chateau van de familie: Chateau L’If in Saint-Emilion – waar we later die dag ook nog even langsgaan.

Soms heb je van die momenten dat je compleet overprikkeld raakt. Toegegeven, mij overkomt het regelmatig – zet één epische wijn voor mijn neus en ik weet niet meer waar ik het zoeken moet. Zo was het vorig jaar in Bordeaux ook jackpot.

Op dinsdag stonden we voor de deur bij Le Pin, op woensdag bij Château Mouton-Rothschild. Een groter contrast tussen de twee bestaat er niet. Ten eerste is er de locatie. Wie deze twee huizen kent, weet waarschijnlijk wel hoe Bordeaux eruit ziet.

De rivieren tekenen de streek. De Dordogne en de Garonne monden uit in de Gironde, die vervolgens eindigt (of begint?) in de Atlantische Oceaan. Le Pin is gevestigd in Pomerol aan de rechteroever (van de Dordogne) en Mouton-Rothschild ligt in Pauillac, een van de bekendste wijndorpen aan de linkeroever van de Gironde. Beide huizen en dorpjes zijn énorm beroemd. Daarover valt niet te twisten, maar het contrast zit ‘m in de classificatie.

bordeaux
Mouton-Rothschild in Pauillac (4) en Le Pin in Pomerol (23)

Pauillac ligt in de Médoc en de chateaux van Médoc zijn in 1855 geclassificeerd op verzoek van Napoleon. Mouton-Rothschild kwam als winnaar uit de bus, maar daarover later meer. Pomerol heeft geen classificatie. Geen classificatie, wel winnaars. Een daarvan is Le Pin, een andere is Petrus.

Winnaar

Mouton-Rothschild werd in 1855 geclassificeerd als Deuxième Grand Cru Classé en belandde dus in de tweede klasse van de Grands Crus Classés. De familie was het daar niet mee eens, maar nam het voor lief. Pas in 1922, toen Baron de Philippe de Rothschild het overnam van zijn vader, kwam daar verandering in. Na de oorlog startte hij een stevige lobby-campagne om Mouton-Rothschild te promoveren. En met succes: Mouton Rotschild verwierf in 1973 de titel Premier Grand Cru Classé. Het was daarmee de eerste échte wijziging*. Ook was de Baron de eerste in de streek die de wijnen op het chateau liet bottelen. Iets wat voorheen werd gedaan door négociants. Hij zorgde zelf voor het etiket. Vanaf 1932 wordt dat elk jaar door een andere designer vormgegeven.

*Er was in 1855 al een andere wijziging, maar dat kwam omdat ze een huis waren vergeten te benoemen, dus die telt niet.

Baronnes Philippine

In de jaren tachtig kwam Philippe’s enige kind, barones Philippine, in beeld om haar overleden vader op te volgen. Ze bouwde Mouton Cadet – betaalbare Bordeaux voor een breder publiek – verder uit en zorgde voor vernieuwing door samen te werken met partners in Californië (Opus One) en in Chili (Almaviva). Ze overleed in 2014. Haar drie kinderen – Philippe, Julien en Camille – hebben sindsdien de leiding overgenomen.

Geen van hen heb ik tijdens de rondleiding gezien. We kregen een rondleiding van één van de hostess van het chateau. Dat was heel anders bij Le Pin, waar we door de eigenaar zelf werden rondgeleid.

Mouton Rothschild

Van oogst tot wijn

De oogst & de wijngaarden

Zoals je verwacht bij een Grand Cru Classé worden de druiven met de hand geoogst. Meestal gebeurt dat in september, maar dat ligt natuurlijk aan het weer. De wijngaarden, 83 hectare groot, van Mouton-Rothschild liggen op een heuvel van 27 meter boven zeeniveau.

De wijngaarden zijn aangeplant met de klassieke mix van cabernet sauvignon (81%), merlot (15%), cabernet franc (3%) en petit verdot (1%). We leren dat cabernet sauvignon domineert op de linkeroever, maar dat merlot de meest aangeplante druif van de Bordeaux is. Cabernet sauvignon heeft warmte nodig en vind je vrijwel alleen op de kiezelbodems, waar het net dat beetje extra warmte kan scoren omdat de kiezels warmte vasthouden. Die kiezelbodems vind je veel in Pauillac, Margaux en Saint-Julien. Dus daar is het aandeel cab sauv hoger. Elders in Bordeaux wint merlot meestal.

Het Grand Plateau de Mouton, de heuvel van 27 meter, bestaat voor 98% uit kiezels. De ideale plek voor cabernet sauvignon, dus. Op het perceel ‘La Baronne Philippine’ staan cab sauv stokken van 120 jaar oud, ze horen bij de oudste van de streek.

Wat niet op de website staat, maar ik wel in de wijngaard ten gehore kwam is dat er sinds kort ook een rol voor carmenère weggelegd is. Carmenère komt van origine uit Bordeaux, maar is na de hele phylloxera-toestand niet opnieuw aangeplant. Het is een druivenras dat – nog meer dan cab sauv – een plantaardig karakter heeft dat minder wordt als het écht heel warm is. Niet handig in zo’n onvoorspelbaar klimaat als Bordeaux. Maar goed, we zijn inmiddels 150 jaar verder, klimaatverandering is aan en er is misschien weer plek voor carmenère in Bordeaux. Mouton-Rothschild heeft het aangeplant, maar gebruikt het nog niet in hun Grand Vin.

Van de 83 hectare is ongeveer 40% goed voor de Grand Vin. De assemblage is per jaar verschillend. Sommige plots komen altijd terug in de Grand Vin, andere nooit en een klein deel is afhankelijk van de vintage.

Wijn maken

Als de druiven binnen komen gaan ze door een laser. Alleen de beste druiven gaan door naar de volgende ronde. Ongeveer 5% blijft achter. De goedgekeurde druiven worden gekneusd en gaan het vat in. De gisting kan beginnen. Er staan 64 vaten klaar, 44 van hout en 20 van RVS, in verschillende maten. Elk perceel en elk druivenras kan apart worden gevinifieerd. De hoed wordt drie a vier keer per dag overgepompt gedurende 7 tot 10 dagen. Dat duurt ongeveer een uurtje per keer. Mind you, dit is zwaar werk.

Mouton Rothschild

Na de malolactische omzetting vindt de assemblage plaats en wordt de wijn overgeheveld naar barriques. Mouton Rothschild gebruikt 100% nieuw hout met een medium toasting uit de bossen van Alliers. De wijn rijpt het eerste jaar in de Grand Chai, ofwel de Grote Vatenkamer. Het voelt een beetje als een bowlingbaan. Het is immens groot – 100 meter lang en 70 meter breed. Toen Baron Philippe besloot alle wijnen op het chateau te bottelen, had hij meer ruimte nodig. Hij wilde een plek waar hij over z’n vaten heen kon kijken. Dat leidde tot de spectaculaire constructie van de Grand Chai met ruimte voor 1000 vaten zonder pilaren of andere zichtbelemmeringen.

Mouton Rothschild

In de Grand Chai vinden drie handelingen plaats:

  • Bijvullen van het vat (i.v.m. verdamping), ongeveer drie keer per week.
  • Racking, ongeveer elke drie maanden. Dit maakt filtratie overbodig.
  • Klaren met eiwit. Naast het helder maken van de wijn zorgt een eiwitklaring er ook voor dat de tannines iets zachter worden.

De kelders van Mouton Rothschild

Na een jaar in de Grand Chai worden de vaten verplaatst naar de tweedejaars kelders van Mouton Rothschild. Hier blijft de wijn ongeveer een jaar rijpen voordat ‘ie wordt gebotteld.

https://www.instagram.com/p/B31UkwAn9dj/?igshid=oywfjb371r2w
Mouton Rothschild
De bibliotheek van Mouton Rothschild, waar niet alleen hun eigen vintages (t/m 1859) liggen, maar ze ruilen ook vaak met andere tophuizen.

Geen toeval

Wat opvalt, is de enorme technische precisie waarmee wordt gewerkt. Het wijnhuis is ontzettend groot, maar alles is brandschoon en ziet er keurig netjes uit. Het is me duidelijk dat hier niets aan het toeval wordt overgelaten. Naast het landgoed hebben ze een groot onderzoekscentrum en laboratorium laten bouwen. Hier worden verschillende testen uitgevoerd, bijvoorbeeld op de kurken. Zou toch knap lullig zijn als de helft van de productie besmet raakt met TCA.

Wat ik tijdens onze guided tour ontdekte, was dat Mouton niet verwijst naar schaap, nee, het is een oud-Frans woord voor heuvel. Net als Lafitte. En Cos. Weer wat geleerd. Om je op het verkeerde been te zetten, hangen er wel bijzondere lampen in de vorm van schapenkoppen in de entreehal. Blijken geen schapen te zijn, maar rammen. Baron Philip was een ram.

blank
Niet heel duidelijk te zien, maar achter de fles zie je zo’n schapenlamp.

Dat de familie Rothschild van bijzonderheden houden, blijkt wel uit de vele kunstobjecten die we tegenkomen tijdens onze tour. Onze tour is ook niet compleet zonder een bezoek aan het museum. Museum of Wine in Art, noemen ze het zelf. Het klinkt leuker dan het is. Er staat een godsvermogen aan kunst tentoongesteld. Beelden, porselein, tiara’s – noem maar op.

Het hoogtepunt was de kamer met alle etiketten en bijbehorende moodboards van de designers. Leuk om te zien hoe die tot stand zijn gekomen.

Moment suprême

We mogen proeven! We krijgen de drie wijnen van de Rothschilds te proeven: Château Mouton-Rothschild, Château Clerc-Milon en Château d’Armailhac. Alle drie de vintage die nog in het vat zat op dat moment, 2018, maar die ze voor de gelegenheid wel even in een klein flesje hebben gegoten. Très chic!

proeven mouton rothschild

Van zo’n jonge wijn kun je weinig zeggen. Wat opviel was de tannine structuur, die steeds rijper werd. Niet zozeer zachter – ze scoren alle drie med+ tot hoog. Bij d’Armailhac waren ze drogender, een beetje stalky, terwijl de tannines van Mouton-Rothschild rijper en daardoor minder drogend aanvoelden. Die laatste zullen veel mooier integreren als de wijn ouder wordt, verwacht ik. En het is ook logisch aangezien ze voor de Grand Vin het beste, meest rijpe fruit gebruiken.

Hopelijk proef ik ‘m over 20 jaar nog eens. En raak ik nog steeds overprikkeld.

Op een mooie herfstdag kloppen we aan bij Domaine de Trévallon. Er is geen wolkje aan de lucht, maar het waait flink. De mistral laat zien dat ‘ie er is. We worden opgewacht door Ostiane Durrbach, de kleindochter van de oprichter, die ons meeneemt naar de wijngaarden.

De druivenrassen

Domaine de Trévallon ligt vlakbij het dorpje Saint-Remy-de-Provence in het westelijke puntje van de Provence.  Welke druivenrassen verwacht je hier? Mourvedre? Grenache? Nope, niet bij Domaine de Trévallon. In totaal hebben ze 60 hectare, waarvan 15 hectare is beplant met blauwe druivenrassen. Er staan gelijke delen cabernet sauvignon en syrah. Ostiane legt uit dat cabernet sauvignon hier thuis hoort. In de Provence. Voor phylloxera stond er veel meer cab sauv aangeplant. Logisch, want het is een laatrijpende druif. Hier wordt hij altijd rijp; in Bordeaux is dat nog maar de vraag.

In 1993 bepaalde INAO (Institut national de l’origine et de la qualité) dat AC Les Baux de Provence, waar Domaine de Trévallon tot die tijd onder viel, niet meer dan 20% cab sauv mocht bevatten. Voor Eloi, de vader van Ostiane, geen reden om de blend aan te passen. Dan maar ‘degraderen’ naar Vin de Pays. Domaine de Trévallon rouge is een blend van 50% cab sauv en 50% syrah.

Daarnaast hebben ze nog twee hectare met roussanne, marsanne, clairette, grenache blanc en een klein perceeltje met chardonnay.

De gemiddelde leeftijd voor de blauwe wijnstokken is 40 jaar, de witte zijn gemiddeld 20 jaar oud. De opbrengst voor wit ligt rond de 30 tot 35 hectoliter per hectare, voor rood is dat 25 hectoliter per hectare. For the record: dat is buitengewoon laag.

Waar we in Nederland ons gelukkig prezen met het goede weer afgelopen zomer (2018), zat de wijnboer in Zuid-Frankrijk in zak en as. Het water kwam met bakken uit de hemel. De omgekeerde wereld. Meeldauw nam de wijngaard over en droogde de druiven helemaal uit. Vooral de witte druiven hadden het te verduren. “Bij de oogst roken we al azijn”, zegt Ostiane. “Clairette hebben we daarom helemaal moeten afschrijven”. In totaal hebben ze 60% minder witte druiven geoogst dan voorgaande jaren.

Domaine de Trévallon
Bodem: veel kalk en stenen.

Natuurlijker wordt het niet

Vanaf het begin werkt Domaine de Trévallon biologisch. Aan alles is te merken dat ze dat doen vanuit kwaliteitsoogpunt – het is beter voor de wijngaarden, de wijnstokken en de wijn. Natuurwijn mag dan ineens een hype zijn, hier werken ze al jaren zo natuurlijk mogelijk. Net zoals een boertje in the middle of nowhere ook niet overal rondbazuint dat ‘ie biologisch werkt. Het is gewoon een kwestie van je boerenverstand gebruiken.

In de Provence is het vooral warm en droog (behalve afgelopen jaar dan). Tot mei staan er kruiden in de wijngaard, dit zorgt voor een natuurlijk evenwicht. Na mei begint het heter en droger te worden, dan halen ze de kruiden weg, zodat alles (water, energie, voedingsstoffen) naar de wijnstokken kan.

Domaine de Trévallon
Architectonisch hoogstandje in de kelder van Trévallon.

Domaine de Trévallon heeft het certificaat voor biologische wijnbouw, maar kiest ervoor dit niet op de fles te vermelden. Liefhebbers van deze wijn weten precies hoe de vork in de steel zit. Ostiane vertelt dat biologische wijnbouw tegenwoordig veel verder gaat dan vroeger. Eerst ging het over de wijngaard, maar nu gaat het door tot in de kelder. Hun sulfiet gebruik is laag, zelfs voor biologische standaarden. Voor het klaren maken ze gebruik van bentoniet (klei) voor witte wijn en biologisch eiwit voor rode wijn.

Mooi staaltje: wie is je doelgroep?

Een beginnende wijndrinker snapt natuurlijk helemaal niks van deze wijn. Een Vin de France, 80 euro, geen (bio) keurmerk of wat dan ook. Overpriced. 

In werkelijkheid is het natuurlijk een pareltje van de bovenste plank. Eentje die liefhebbers het liefst voor zichzelf houden. Domaine de Trévallon hoeft niet te schreeuwen. Het is machtig mooi.

Van druif tot wijn

Oké, de pluktijd is aangebroken. Chardonnay werd in 2018 op 25 augustus geplukt, clairette bijna twee maanden later. De wijngaard ligt hoger, dus de druiven doen er langer over om volledig rijp te worden. Alles wordt in de ochtend geplukt, omdat het ‘s middags te warm is. Roussanne werd 5 en 6 september geplukt, de roussanne die 50 meter hoger stond, werd vijftien (!) dagen later geoogst.

Lange tijd startte de oogst van de blauwe druiven op 25 september, maar de laatste drie jaar vindt het ruim twee weken eerder plaats. Ze hebben syrah (7,5 hectare) in vier dagen geoogst. Dat was hard werken. Er zaten vijftien dagen tussen syrah en cabernet sauvignon. In augustus ging het hard, maar dat zette niet door in september. Veel koude nachten. #globalwarming

In de boeken lees je vaak dat druiven ‘s ochtends worden geplukt, zodat de frisheid bewaard blijft. Ostiane legt uit dat het vooral voor aromatische druivenrassen geldt. Hier maakt dat niet zoveel uit. Frisheid heeft te maken met het moment van oogsten en de rijpheid van de druiven. Wel denken ze er over na om de blauwe druiven ook in de ochtend te gaan plukken. De druiven komen namelijk binnen op 30 graden. Bij 33 graden gaat de gist dood. Dat is dus een probleem, want bij de alcoholische gisting komt ook warmte vrij.

In principe worden alle druivenrassen apart gevinifieerd. Dit jaar lukte dat niet, omdat de opbrengst dermate laag was. De vaten moesten dus worden bijgevuld.

Domaine de Trévallon
Hmmm… we gaan zo proeven!

Witte wijn

Er wordt geen sulfiet gebruikt om de net geplukte druiven te beschermen tegen zuurstof of bacteriën. Ze worden direct geperst. Daarna worden de vaste deeltjes gescheiden van het sap middels débourbage en kan de gisting beginnen. Ook hier geen additieven, geen commerciële gisten. Ze laten het sap haar gang gaan. Net als de malolactische omzetting. Als het gebeurt, gebeurt het. Soms ontstaat het niet en dan is het ook oké. Sommige wijnmakers blokkeren malolactische omzetting – zeker in warme gebieden omdat ze de zuren willen behouden. Dat gebeurt met zwaveldioxide. Bij Domaine de Trévallon laten ze het over aan Moeder Natuur.

Daarna is het tijd voor de houtrijping. Trévallon gebruikt nooit meer dan 20% nieuw hout en gebruikt de vaten maximaal vijf jaar. Het nieuwe hout ondergaat een lange, maar langzame toasting van twee uur, zodat het hout niet veel smaak afgeeft aan de wijn. Het hout is ondergeschikt. De wijn verblijft twaalf maanden in het vat rijpen. De ‘lies’ (gistcellen) wordt twee of drie keer geroerd. Daarna wordt de wijn geklaard met bentoniet en licht gefilterd voor botteling.

Rode wijn

De druiven komen de kelder binnen via de pijpen. Ze vallen met hele trossen tegelijk in de tanks. De druiven worden dus niet ontsteeld. Niet erg, want steeltjes worden in deze hitte altijd rijp en ze zorgen voor meer zuurstof en meer ruimte. Het brengt het uiteindelijke alcoholpercentage iets naar beneden. Ze voeren dagelijks remontage uit, dus er is geen risico op maceration carbonique. Dit duurt twee tot drie weken.

Wow, remontage, maceration carbonique. Hou even op met me. Geen idee wat deze woorden betekenen? Check even ‘woorden die gebruikt worden in de wijnkelder‘ en je bent weer helemaal bij.

Er wordt geen sulfiet en geen gist toegevoegd. De gisting vindt plaats op 25 tot 30 graden. Als het op een gevaarlijk punt (> 33 graden) komt, dan gaan ze koelen, maar anders laten ze het doen.

Na de gisting blijft de wijn nog twee weken in contact met de schilletjes. Daarna wordt de wijn geperst en overgeheveld naar eikenhouten foeders voor een rijping van twee jaar. Pas daarna wordt de wijn geassembleerd. De wijn wordt geklaard met biologisch eiwit en ongefilterd gebotteld.

Rhone wijnreis
Yes, we mogen cab sauv rechtstreeks uit het vat proeven!

Zowel de witte als de rode wijn bevat 50 mg gram sulfiet. Voor wit was het eerst 100 mg, maar dit hebben ze terug weten te dringen. Op dit moment doen ze experimenten met een stofje uit druivenpitten wat hetzelfde doet als sulfiet. Ze mogen het alleen niet meer gebruiken van de biologische commissie. Een bijzonder verhaal, wat is er natuurlijker dan druivenpitten?

Domaine de Trévallon
Proeven in de kelder #goals

Ook nog even proeven

We sluiten de rondleiding af met een proefsessie. Het is bijzonder om cabernet sauvignon te proeven. Het is zo anders dan je gewend bent (uit Bordeaux bijvoorbeeld). Je verwacht een bommetje van cassis in dit klimaat, maar hier treden de viooltjes en de garrigues (Provençaalse kruiden) veel meer naar de voorgrond. Dat begint al in het vat; we mogen namelijk ook een vatmonster proeven. Als klapstuk trekt Ostiane een 2009 open. Hier begint het grote genieten pas echt. En dat is met geen pen te omschrijven.

In Nederland zijn de wijnen van Domaine de Trévallon te koop bij Pasteuning en Sauter.

Like what you read?

Volg me dan op Instagram of Facebook en blijf op de hoogte van mijn avonturen en nieuwe artikelen. Le Club des Vins stuurt elke maand een nieuwsbrief uit, genaamd wijnvertier in je inbox. Lid worden?

In het licht van een betaalbare én plezierige Bordeaux kan ik je Chateau d’Angludet van harte aanbevelen. Het is het tweede huis van de familie Sichel, die naam hebben gemaakt met Chateau Palmer.

Bij aankomst worden we hartelijk verwelkomd door Daisy Sichel, het nichtje van de huidige wijnmaker Ben Sichel.

Biodynamisch in Bordeaux

Net als Chateau Palmer werkt Chateau d’Angludet volledig biodynamisch. Ze gebruiken al vijftien jaar geen chemische bestrijdingsmiddelen en hebben sinds 2015/2016 het Demeter-certificaat. Ze doen er alles aan om het bodemleven te stimuleren. Daisy vertelt ons er meer over als we door de wijngaarden lopen. “We planted rettish and red clover to increase the level of nitrogen in the soil.” Ook staan er verschillende fruitbomen aangeplant naast de wijngaard. “It’s to increase the competition. A vine performs better under a bit of (water) stress.“ Daarnaast zorgen fruitbomen voor de komst van vogels en insecten. Ook dat bevordert het ecosysteem. “We are now looking for a place for bats. Bats eat larves, so we create a natural enemy.”

Biodynamisch boeren in Bordeaux valt niet mee en dat is nog voorzichtig uitgedrukt. Bordeaux heeft een gematigd maritiem klimaat met een groot gehalte aan onvoorspelbaarheid. Het kan flink regenen en als dat niet op tijd opdroogt, liggen schimmels op de loer.

Eenmaal zover is het al te laat. Je moet de schimmel voor zijn. Dat gebeurt met ‘Bordeauxe pap’, een mengsel van koper en zwavel dat al tientallen jaren wordt gebruikt. Het gebruik ervan wordt aan banden gelegd in de biodynamie. Dat resulteert – met name in het natte Bordeaux – in een lage opbrengst (soms wel 70% minder!). Zie ook dit artikel van Jancis Robinson.

Ten tijde van ons bezoek was de oogst in volle gang. Ik tel een stuk of vier personen bij de sorteertafels. De druiven worden grondig gesorteerd, ontsteeld en opnieuw gecontroleerd voordat ze naar de vergistingstank gaan. Na het ontstelen gaan ze ook nog over een trilplaatje om insecten of andere ongewenste zaken kwijt te raken.

Angludet heeft ook een tijdje met een laser gewerkt in plaats van sorteertafels. Zo’n laser wordt voorgeprogrammeerd met ‘de perfecte druif’ en alles wat hier aan voldoet, gaat door naar de volgende ronde. Hierover waren ze toch niet 100% tevreden, ondanks dat het 5% meer opbrengst opleverde. “We tried a laser, but it removes the personality. The best laser is your own eyes.” “We’re not making Coca Cola we make wine.”

Van oogst tot vergistingstank is in een uur gepiept voor één truck druiven, die overigens in kleine kratten worden verzameld zodat ze onbeschadigd de kelder in gaan.

Dat moet ook snel gaan, want Chateau d’Angludet werkt met natuurlijke gisten. Ze gebruiken de gistcellen die op de druif zelf zitten. Om de gisting op gang te brengen maken ze een pied de cuve. Een paar dagen voor de oogst worden de meest rijpe druiven geplukt en in een kleine tank gedaan. Door de concentratie en het gebrek aan temperatuurregeling begint het kleine vat meestal snel te gisten. Dit goedje is de kickstarter voor de eerste batch met druiven.

Angludet
De kelders van Angludet

In de kelder

Na de sorteertafel worden de druiven gekneusd en kan de gisting beginnen in de grote betonnen vaten. De wijn wordt af en toe lichtjes overgepompt om te voorkomen dat de hoed (schilletjes die boven komen drijven) uitdroogt. Na de gisting verblijft de wijn twaalf maanden in eikenhouten vaten uit Alliers en Jupilles.

De bodem van buiten loopt door in de kelder.
De bodem van buiten loopt door in de kelder.

In het hout uit Jupilles zitten de nerven dichter op elkaar en is geschikter voor merlot. Voor cabernet sauvignon wordt het hout uit Alliers gebruikt, wat klaarblijkelijk voor een betere structuur zorgt. Ze maken gebruik van vier verschillende tonneliers. De vaten hebben altijd een lichte toasting (light tot medium-light). Er wordt een klein beetje sulfiet gebruikt wanneer de wijnen het vat in gaan. Na de houtrijping gaat de wijn weer een betonnen vat in en wordt het geklaard met eiwit. De wijn wordt in mei of juni geblend en in juli gebotteld. Verrassend genoeg wordt er geen sulfiet gebruikt bij de botteling. Chateau d’Angludet gebruikt argongas (net als je coravin) om de wijn tegen oxidatie te beschermen.

Nog iets nieuws: vanaf de oogst van 2019 gaan ze experimenteren met rijping in amfora’s. Ze hebben amfora’s van 750 liter besteld uit Italie en ze zijn binnen!

Druivenrassen

We call petit verdot the diva, it’s always the one we wait for. Once it’s ripe you have three days to collect it otherwise it becomes overripe and you can throw it away. Cabernet sauvignon is the weak one, but it’s the father of the wine. Merlot is the mother, it’s part of the structure and softens the wine.

proeven bij angludet
Aanrader, die wijnen van Chateau d’Angludet

Bedankt Angludet

Ook hier ben ik weer verbaasd door de nuchterheid en het enthousiasme van Daisy Sichel. Eerder die dag zijn we bij Mouton-Rothschild geweest – lekker name-droppen – en daar gaat het er heel anders aan toe. De familie is niet in beeld, we krijgen een rondleiding van een voorgeprogrammeerde tour guide en er is een museum gemaakt van de familie’s kunstcollectie (zo had de barones ooit een zieke ketting gekregen, maar vond ze niet mooi en nu ligt ‘ie in het museum). Begrijp me niet verkeerd, het bezoek aan Mouton-Rothschild was een onvergetelijke ervaring, maar ik hou toch meer van het familiegevoel. Daisy vertelt met passie en trots over de wijngaarden, de biodynamie, het werk in de wijnkelder en de wijnen van haar familie. En terecht!

Grote dank aan Wijnhandel Peeters voor het regelen van dit bezoek.

In oktober ging ik samen met de Wijnstudio op wijnreis naar Zuid-Frankrijk. In vier dagen bezochten we zeven wijnhuizen in de Rhône en de Languedoc, waaronder La Pèira, Chateau de Beaucastel en Domaine de Trevallon en Domaine d’Aupilhac. Hieronder vertel ik je meer over deze epische bezoeken.

blank
Het kaartje van onze reis. Bij Mas de Daumas Gassac en La Pèira ligt ook Domaine d’Aupilhac.

Dag 1 

Chateau de Beaucastel, Chateauneuf-du-Pape

Toen de Wijnstudio me voor het eerst over de reis informeerde, was er nog niet veel over het exacte programma bekend behalve dat Chateau de Beaucastel tot de pitstops behoorde. Dan hoef je niet lang na te denken natuurlijk. Iedere wijnfanaat wil hier binnenkijken en over les galets lopen.

Beaucastel les galets roulés
#goals

De geschiedenis van Chateau de Beaucastel gaat terug naar de 16e eeuw, maar de familie Perrin komt pas begin vorige eeuw in beeld. In 1909 neemt Pierre Perrin het stokje over van zijn schoonvader en krijgt het direct zwaar te verduren: phylloxera. In die tijd had hij het dus vooral druk met het opnieuw planten van de wijngaard. En toen kwam Jacques Perrin, een visionair, een man die dingen deed waar nog niemand van gehoord had. In de jaren vijftig boerde hij al biologisch.

Zo gek is het ook weer niet, want het terroir van Chateauneuf-du-Pape heeft iets magisch. Op welke wijngaard zie je nog meer van die grote rolkeien – les galets roulés? Vroeger waren die stenen extra hard nodig omdat ze de warmte van overdag vast hielden voor ’s nachts. Met global warming is de warmte eigenlijk geen issue meer. Wat wel handig is, is dat de stenen een beetje vocht (damp) vast houden na een regenbui. In tijden van droogte kan dat het verschil maken.

Meer over Beaucastel lees je in ‘Binnenkijken bij Chateau de Beaucastel‘.

Fun Fact #1: Chateau de Beaucastel maakt gebruik van alle dertien druivenrassen van de streek.

Fun Fact #2: Jacques Perrin was zijn tijd écht ver vooruit. Hij plantte jaren geleden al relatief veel mourvèdre. Een slimme zet, want het begint te warm te worden voor syrah.

Domaine des Escaravailles, Rasteau

Tussen de dorpen Roaix en Rasteau ligt het Domaine des Escaravailles, een familiedomein waar we worden opgewacht door de dochter van de eigenaar: een hipster van eind twintig. Did not see this coming, plateauzolen en een kekke bril. Ze heeft een wijnstudie gedaan en leert nu de kneepjes van het vak van haar vader.

escaravailles

Die hipstertrekjes zien we ook terug in de wijnen. Hier wordt niet alleen naar de AOC-regeltjes gekeken. Neem de Scarabée, een Vin de France van riesling, muscat, gewurztraminer, marsanne, roussanne en grenache blanc. Een mix van noordelijke en zuidelijke druiven. Kan gewoon. Natuurlijk worden er ook klassiekers gemaakt – en nog wel van hele oude wijnstokken. De gemiddelde leeftijd van de grenache-stokken ligt tussen de 40 en 50 jaar, waarbij de topcuvée Rasteau Heritage 1924 afkomstig is van 94-jarige wijnstokken. Gelukkig mochten we die ook proeven: amazeballs. Veel alcohol (15,5%) maar ik vond dat niet storend.

Dag 2 

Domaine de Trévallon, Saint-Étienne-du-Grès

In het noorden van de Alpilles, dichtbij het stadje Saint-Rémy de Provence, ligt Domaine de Trévallon. Een van de mooiste wijnhuizen van de streek, die ook nog eens een van de mooiste (of misschien wel de mooiste) wijnen maakt. Het leuke is dat ze dat doen zonder poespas of aanstellerij. In 1973 richtte Eloi Durrbach het domein op met als doel een wijn te maken op een zo natuurlijk mogelijke manier.

Domaine de Trévallon
Architectonisch hoogstandje in de kelder van Trévallon.

Hij plantte vijftien hectare met cabernet sauvignon en syrah. Die eerste mag niet volgens de regels van de Provence, maar – en zo vertelt Ostriane, de dochter van Eloi: “Cabernet sauvignon was hier eigenlijk eerder dan in Bordeaux“. Logisch, want het is een laatrijpende druif. Voordat de phylloxera-epidemie uitbrak, was hier volop cabernet sauvignon te vinden. “Hier wordt hij altijd rijp, in Bordeaux moet je dat nog maar afwachten.” De wijnen van Domaine de Trévallon zijn dus ‘slechts’ Vins de France. Maar dan wel Vins de France van de bovenste plank. Man oh man, wat een bijzondere wijnen.

Fun Fact #1: Domaine de Trévallon werkt al sinds de oprichting biologisch. Ze hebben het certificaat, maar vinden het niet nodig om het op de fles te vermelden.

Château d’Aqueria, Tavel

Een bezoek aan Zuid-Frankrijk kan natuurlijk niet zonder een bezoek aan Tavel. Tavel ken ik van de donkere rosés, maar wie wist dat het in 1936 samen met Saint-Emilion en Chateauneuf-du-Pape de eerste AOC toegewezen kreeg? Het wijnhuis is sinds 1919 in handen van de familie Olivier. We worden rondgeleid door Rafael, de vierde generatie. Hij vertelt over de geschiedenis van het chateau, terwijl we uitkijken over de wijngaarden van Tavel. In totaal bezit Château d’Aqueria honderd hectare, waarvan ongeveer zeventig zijn aangeplant met wijnstokken. Big business.

Het grootste gedeelte is aangeplant met grenache, de druif van de streek. Verder zijn het de bekende spelers van het zuiden van Frankrijk: clairette, bourboulenc, picpoul, mourvèdre, syrah, carignan en cinsault. Dat zijn bijna alle druiven die toegestaan zijn in AC Tavel. Er is nog één druivenras die volgens de regels ook gebruikt mag worden en dat is calitor. Ooit van gehoord? Ik niet. Deze druif is hier zo goed als verdwenen.

Rhone wijnreis
Prachtig om te zien hoe wijnstokken ouderen. Er staan hier nog grenache-stokken uit 1955!

In de kelder krijgen we een uitgebreide uitleg over het wijn maken. Hoe de rosé aan die donkere kleur komt? Dat komt door de maceration, ofwel schilweking. Dat gebeurt niet in de Provence (vandaar die lichte kleur van de rosés aldaar), maar wel in Tavel. Tavel geldt alleen voor rosé. Ze maken ook wit en rode wijnen onder de noemers AC Lirac en AC Cotes du Rhône.

blank
M’n nieuwe pose.

Dag 3

Domaine d’Aupilhac, Montpeyroux

Een stukje verder, richting Montpellier, ligt Domaine d’Aupilhac. Wijnstudio kreeg de tip om hier even langs te gaan van Romana Erschensperger (MW). Romana, ook namens mij: bedankt! Bij Domaine d’Aupilhac kregen we een mini-les biodynamie. Op dat moment had ik mijn WSET4 viti & vini examen nog niet gehad, dus enorm leerzaam.

Biodynamie is in feite te vergelijken met homeopathie. Alles draait om voorkomen in plaats van genezen. Het land wordt bewerkt, niet met het doel om (meer) te produceren, maar juist om het land te versterken. “Het is een vriendschap met de natuur”, aldus Désiree Fadat, die samen met haar man Silvain het wijnhuis runt.

Eerst zien, dan geloven, dus besloten ze een test te doen met een chemisch bewerkte wijngaard. Het stuk werd in tweeën gesplitst en de ene helft werd biologisch bewerkt, het andere stuk biodynamisch. De grond was ziek. Er was drie jaar voor nodig om die chemicaliën die er door de jaren heen waren gebruikt uit te halen. In het vierde jaar was het opgeschoond. Het verschil zat ‘m in het bodemleven. Op het biodynamische stuk verschenen meer bloemen en kwamen er wormen in de grond. Wormen geven de grond lucht. In de biodynamische wijnbouw wordt met mest gevulde koeienhoorns gewerkt – dat brengt leven in de brouwerij. Het brengt de bodem weer tot leven en dat zagen ze voor hun ogen gebeuren. Mooi, toch?

Rhone wijnreis
Heb je haar weer.

De vraag welke wijn dan beter is, biologisch of biodynamisch, kan ze niet beantwoorden. Het is allebei prima. Ze werken al sinds 2006 zonder pesticiden en het verschil met die wijnen is duidelijker. Ze omschrijft het als ‘ja, lekker’ tegenover ‘wow, dit is te gek’. “En“, voegt ze er aan toe “een wijn die mij echt raakt is er één die imperfect is”. Er zijn wijnen die gemaakt worden door wijnmakers en wijnen die gemaakt worden door wijnboeren. Desiree en haar man gaan elke dag de wijngaarden in, proeven de druiven en maken de wijn.

La Pèira, Saint-André-de-Sangonis

Het is een aaneenschakeling van indrukken. Nu rijden we het terrein op van La Peira. Hier werd het me pas duidelijk hoeveel er te ontdekken is in de Languedoc. Eerlijk is eerlijk, ik dacht altijd dat het toch een beetje de regio van de bulkwijn was – prima bulkwijn, maar wel bulkwijn. Maar er is meer.

Neem La Pèira. Of beter gezegd, neem de cru Terrasses du Larzac. Gegarandeerd succes met namen als La Pèira, La Grange des Pères en Mas Julien (en feitelijk ook Mas de Daumas Gassac, maar zij gebruiken druiven die niet zijn toegestaan). La Pèira is opgericht door Rob Dougan, een bekende Australische muzikant. Zelf staat hij niet in de wijngaard of achter de vaten, maar woont hij in London. De boel wordt draaiende gehouden door Audrey Bonnet–Koenig. Ze maakt de wijn, maar regelt ook het reilen en zeilen in de wijngaard en leidt ons rond. Ze maakt lange dagen, maar je kan zien dat ze van de wijnen en haar werk houdt.

rhone wijnreis

We proeven alle wijnen waaronder de topcuvée – La Pèira. Waanzinnig goed. Het is een wijn waar je eventjes stil van wordt. Ik durf er bijna niet over te schrijven, omdat je zo’n wijn dan bijna altijd te kort doet. Het is een mix van kruidigheid (munt, drop en pure – hele pure chocolade) met een overlading aan donker fruit. Wauw.

Dag 4

Mas de Daumas Gassac, Aniane

Denk je dat je het zuiden net een beetje begint te begrijpen, stappen we binnen bij Mas de Daumas Gassac. De ouders van de huidige eigenaren (drie broers) zijn de oprichters van dit bijzondere wijnhuis in de Languedoc. Het lijkt een ingewikkelde naam, maar het valt wel mee: Mas betekent huis, Daumas is de naam van de familie van wie ze het huis hebben gekocht en Gassac is de naam van de rivier en de vallei waar ze zich bevinden.

Daumas Gassac maakt prachtige wijnen, maar doen dat op geheel eigen wijze. Ze kijken niet naar regeltjes of AOC-wetgeving. Alles gaat anders, ik val van verbazing in verbazing. Zo wordt er gesproken over neherleschol. Een druif uit Israel, die enorme trossen produceert. Hoe komen al die druivenrassen zo bij elkaar? De gemene deler is de oprichter. Hij wilde eigenlijk al zijn favorieten bij elkaar planten. Hij hield van Bordeaux (cabernet sauvignon), Bourgogne (chardonnay), Vouvray (chenin blanc). Kwam in Israel bovengenoemde superdruif tegen en nam uit Spanje albarino mee.

Het is niet zo dat ze alles zomaar hun gang laten gaan. Alles wordt grondig geanalyseerd en bestudeerd. Voor de rode wijn blijft cabernet sauvignon het dominantste ras, maar kan de verdere samenstelling per jaar verschillen. Zowel de wit als de rode wijn krijgen jaarlijks hoge waarderingen en tikken zo’n beetje de cultwijn status aan. De witte wijn staat er om bekend goed te kunnen ouderen (ik heb een paar flessen gekocht, dus ik hou je op de hoogte).

Halverwege onze proefsessie verschijnt Samuel Guibert, een van de zonen van de oprichter, mede-eigenaar en wijnmaker van Mas de Daumas Gassac. Maakt nog even een praatje en vertelt over de familiegeschiedenis.

Mas de Daumas Gassac
We gaan natuurlijk niet met lege handen naar huis!

Lang nagenieten…

Eerder ging ik met de Wijnstudio naar de Champagne op reis. Het is elke keer weer een feest. Mooie wijnhuizen met goede rondleidingen waar je ook écht iets leert. Meestal worden we rondgeleid door de eigenaar of wijnmaker zelf, dus je kan ook nog eens alles vragen wat je wilt weten. Een enorme aanrader!

Nu ik de foto’s weer zie, geniet ik nog na van de reis. Natuurlijk volgen er nog nieuwe ”binnenkijken bij” blogs het komende jaar, waarin ik wat gedetailleerder in ga op de wijnhuizen.

De eerstvolgende reis staat gepland voor begin april en gaat naar MADEIRA. Als je interesse hebt, hou dan de website van de Wijnstudio in de gaten voor meer informatie.

Dank aan de Wijnstudio voor deze te gekke reis! 

Like what you read?

Volg me dan op Instagram of Facebook en blijf op de hoogte van mijn avonturen en nieuwe artikelen. Le Club des Vins stuurt elke maand een nieuwsbrief uit, genaamd wijnvertier in je inbox. Lid worden?

Ik vind het ook TE GEK als je een reactie achterlaat hieronder ❤

Op bezoek bij Chateau de Beaucastel. For real? Ja! Het bezoek was onderdeel van de Rhone-wijnreis die de Wijnstudio organiseerde medio oktober. Het is een van de tophuizen van Chateauneuf-du-Pape en ligt in het noordwesten van de appellatie.

De geschiedenis van  Chateau de Beaucastel

De geschiedenis van het chateau gaat terug naar de 16e eeuw, maar de familie Perrin komt pas begin vorige eeuw in beeld. In 1909 neemt Pierre Perrin het stokje over van zijn schoonvader en heeft het gelijk zwaar te verduren: phylloxera. De eerste twee generaties waren vooral druk met het opnieuw planten van de wijngaard.

Er kwam nieuw licht in de tunnel: Jacques Perrin. Een visionair. Hij deed dingen die nog niemand deed in die tijd. In de jaren vijftig boerde hij al biologisch. Zo’n vijfentwintig jaar later ging hij over op biodynamisch. Jacques was zijn tijd ver vooruit en hield zich niet aan de bureaucratische regeltjes. Helaas overleed hij plotseling en moesten zijn zonen het overnemen. Ze moesten alles op alles zetten om overeind te blijven, dus de stand van de maan parkeerden ze even. Op dit moment werken ze biologisch en hier en daar biodynamisch. Met 100 hectare is de wijngaard te groot om volledig biodynamisch te werk te gaan.

Het magische terroir

Het bijzondere van Beaucastel is natuurlijk het terroir. Mijn wijnhart maakte een sprongetje bij het zien van de rolkeien – les galets roulés. Ik stuurde een appje naar mijn vriendengroep, die reageerde met ‘huh, wat – zit er goud in die stenen, ofzo?’. Eh hallo, waar zie je een wijngaard vol met grote keien? Dit is uniek voor Chateauneuf-du-Pape en zorgt voor de bijzondere wijnen die de streek rijk is.

Beaucastel les galets roulés

Beaucastel les galets roulés
Het magische terroir van Beaucastel

De stenen liggen op de oppervlakte, daarna komt zand, klei en kalk. Deze lagen zijn een overblijfsel van de Rhone die hier ooit stroomde en destijds 9 kilometer breed was. Vroeger waren die stenen extra hard nodig omdat ze de warmte van overdag vast hielden voor ‘s nachts. Nu met global warming is de warmte eigenlijk geen issue meer. Wat wel handig is, is dat de stenen een beetje vocht (damp) vast houden na een regenbui. In tijden van droogte kan dat het verschil maken.

Een andere unieke feature van het terroir is de wind, Le Mistral. Die overigens lekker tekeer ging toen wij door de wijngaard liepen. ‘Oh, this is just a soft breeze’ – volgens onze gids. We waaiden bijna weg ;-)

Dertien druivenrassen

Waar menig wijnhuis slechts een selectie van de toegestane druivenrassen gebruikt in hun C9dP-wijn, gebruikt Chateau de Beaucastel alle druivenrassen. Dat zijn er dertien, als je de kleurmutaties als één telt, te weten:

  • Grenache
  • Syrah
  • Mourvèdre
  • Cinsault
  • Clairette
  • Vaccarèse
  • Bourboulenc
  • Roussanne
  • Counoise
  • Muscardin
  • Picpoul
  • Picardan
  • Terret noir

Ook hier valt op dat de familie Perrin niet voor de makkelijkste weg kiest. Dat zou namelijk de aanplant van lekker veel grenache (noir) zijn. Die groeit makkelijk en levert veel op. Global warming zorgt er wel voor dat ze zich moeten aanpassen. Het wordt te warm voor syrah. Mourvèdre en grenache zijn druivenrassen die de hitte beter aan kunnen. Gelukkig had Jacques Perrin dat allang in de smiezen en staat mourvèdre veel aangeplant op de wijngaarden van Beaucastel. De gemiddelde leeftijd van de stokken is 60 jaar.

Van druif tot wijn

De oogsttijd is aangebroken. Met zo’n 30 man hebben ze zes weken nodig om 100 hectare wijngaard te oogsten. Hard werken! Na de oogst worden de druiven naar de kelder gebracht en wordt er twee keer gesorteerd. Er vindt een sortering plaats voor en na ontsteling. Alleen het beste fruit gaat door naar de volgende ronde.

Die volgende ronde is afhankelijk van het druivenras. Alle druivenrassen worden apart gevinifieerd. Voor de witte wijn worden alle zes druivenrassen gebruikt, maar is roussanne met 80% de koning van de blend. Voor de rode wijn worden alle druivenrassen gebruikt en bestaat ongeveer 5% van de blend uit witte druivenrassen.

De witte druiven gaan – apart – naar de pers en gaan vervolgens met behulp van zwaartekracht (om de kans op oxidatie te minimaliseren) naar de tank waar ze worden vergist. Ongeveer dertig procent van de druiven vergist op hout. Alle druivenrassen ondergaan, ook grenache blanc, een malolactische omzetting. Daarna worden ze geblend en rijpen ze nog 8 maanden in grote foeders.

Chateau de Beaucastel
Bovenin staat de pers, onderin de tank. Handig!

Voor de blauwe druivenrassen geldt uiteraard een ander procedé. Syrah en mourvèdre worden op hout vergist, omdat deze meer zuurstof nodig hebben tijdens de fermentatie. Twee keer per dag wordt de hoed ondergedompeld om meer kleur en smaak te onttrekken. De andere druivenrassen worden vergist in cementen tanks. Na de alcoholische vergisting – in hout of cement – worden ze overgeplaatst in grote foeders.

Chateau de Beaucastel staat bekend om hun controversiële manier van vinificeren. Flitsverhitting (ook wel ‘flash heating’ of ‘vinification á chaud’ genoemd) houdt in dat de blauwe druiven snel opgewarmd worden naar 70 graden en vervolgens weer snel worden terug gekoeld. Hierdoor worden alleen de schilletjes verwarmd. Dit proces deactiveert de stof ‘laccase’, een enzyme dat oxidatie bevordert en zorgt er dus voor dat voor en tijdens de fermentatie minder sulfiet gebruikt hoeft te worden.

Na de malolactische gisting wordt de blend gemaakt en verblijft de blend nog 18 maanden in grote foeders. Er staan hier en daar nog wat kleine vaten in de kelder, maar die worden alleen gebruikt om de grote foeders bij te vullen.

De kelders van Beaucastel
#strikeapose in de kelders van Beaucastel.

We gaan proeven

Chateauneuf du Pape Blanc 2016
Roussanne is een lastpak. Het druivenras geeft kleine trossen en kleine druiven met een dunne schil. Houdt niet van regen en wind. Je moet ‘m weten te temmen – succes met de wedstrijd. Als dat lukt, is roussanne aromatisch en geeft ‘ie structuur. Ondanks de hitte weet de druif de knisperende zuren te behouden.

Dat proeven we ook. Vol en fris tegelijk, dat is knap. Floraal, kruidig, prachtig.

Het is aan te raden deze witte chateauneuf of binnen vijf jaar te drinken, of na 15 jaar. De eerste vijf jaar geeft hij mooie, primaire tonen. Na 15 jaar hebben de tertiaire aroma’s het overgenomen en heeft de wijn een transformatie ondergaan.

Roussanne vieilles vignes 2017
De wijn is piepjong, maar de wijnstokken stokoud. De leeftijd van de stokken is gemiddeld 100 jaar. Oudere stokken produceren doorgaans minder, maar geconcentreerder sap. In dit geval zijn vier stokken goed voor drie flessen.

Hoewel de wijn jong is, zijn de aroma’s fe-no-me-naal. Wat een wijn. Abrikozenjam, kamperfoelie, boter, brioche, exotisch fruit.

Côtes du Rhône 2016 Coudoulet
De druiven zijn afkomstig van ‘de andere kant van de weg’. Geen Chateauneuf-du-Pape, maar een Côtes du RhôneDe blend bestaat uit 30% grenache, 30% mourvèdre, 20% syrah en 20% cinsault. Verder wordt de wijn op precies dezelfde wijze als C9dP gemaakt.

‘It’s a spoiled Côtes du Rhône’. Het eerste wat mij opvalt is de kruidigheid. Aangevuld met donker fruit. De tannines komen binnen, maar de wijn is ook pas net gebotteld. Nog even laten liggen.

Chateauneuf du Pape 2016
In een jonge C9dP domineert het sappige, jeugdige enthousiasme van de grenache. Stapje-voor-stapje neemt mourvèdre het over en geeft het terroir een podium. Voor nu noteer ik: ‘veel fruit, kersen, bramen, snufje kruiden, zwarte peper’. Ik vind de tannines aangenamer dan bij de Côtes du Rhône. Maar verder: heb geduld. Over vijftien jaar word je beloond.

Chateauneuf du Pape 2008
Gelukkig mogen we ook een oudere C9dP proeven en begrijp ik helemaal wat er bedoeld wordt met mourvèdre en het terroir. Het sappige fruit ingeruild voor donker fruit, rozijntjes, pure chocolade, gedroogde pruimen, tijm en dennennaalden. De zuren zijn nog steeds aanwezig en de tannines zijn mooi zacht. Hmmmmmmm.

Chateauneuf du Pape 2001
We gaan nog verder terug de tijd in. Hier kan ik uren aan ruiken. Elke keer komt er weer een andere geur tevoorschijn. De aroma’s gaan een laag dieper: aardse tonen. Veel meer champignons, bosgrond, maar ook bramenjam en gedroogde pruimen.

De wijnen van Chateau de Beaucastel zijn in Nederland bij Sauter te koop.


Ook een keer op wijnreis?

Deze wijnreis is georganiseerd door De Wijnstudio – de grootste aanbieder in Nederland van de WSET-wijnopleidingen. Volgend jaar staan er weer prachtige reizen op de planning, waaronder Madeira en Oostenrijk. Hou de website van de Wijnstudio in de gaten voor meer informatie.

Like what you read?

Volg me dan op Instagram of Facebook en blijf op de hoogte van mijn avonturen en nieuwe artikelen. Le Club des Vins stuurt elke maand een nieuwsbrief uit, genaamd wijnvertier in je inbox. Lid worden?

Ik vind het ook TE GEK als je een reactie achterlaat hieronder ❤